Lelystad geeft Lucht
Project info

Lelystad geeft lucht (deel 1)

Precies 50 jaar geleden trokken de eerste bewoners naar het utopische Lelystad, de eerste volledig door de mens bedachte stad in de drooggelegde polder. Mooi hoefde de nieuwe provinciehoofdstad niet te worden, wel functioneel. De ideale stad voor de toekomst, met minstens 100.000 inwoners. Het liep anders. In de jaren tachtig voerde Lelystad de lijsten aan met de hoogste criminaliteits- en werkloosheidscijfers van Nederland. Lelystad werd een grauwe stad zonder identiteit en zonder ziel. Een stad om te mijden.

Om de stad aantrekkelijker te maken voor ondernemers, bewoners en toeristen, ondergaat Lelystad een cosmetische operatie. Er is een stationsgebouw gekomen dat niet zou misstaan in een attractiepark. Op een verder leeg plein staat een theater in de kleur van een sinaasappel te pronken. Een imposant appartementencomplex in Amsterdamse stijl aan een park met waterpartijen moet Lelystad bij binnenkomst een nieuw gezicht geven. De Ledystedelingen kregen een fashion outlet als winkelstraat, op loopafstand van de Bataviahaven. Met uitzicht op de jachten verrees er een Amsterdams grachtenpandencomplex. Het staat als een Spinhx in een woestenij van toeristische attracties over het scheepvaartverleden. In afwachting van de meer vermogende bewoners zijn er alvast meerdere golfbanen aangelegd. De geschiedenis van de stad wordt niet gekoesterd, maar bedekt met nieuwe wanstaltigheid. En zo heeft de functionele stad van de toekomst uiteindelijk toch de tierlantijntjes gekregen waar de bedenkers zo tegen waren.

Ondertussen probeert het bestuur van Lelystad een merk te maken dat staat voor ruimte, groen, water en plezier. Wervende billboards brengen de boodschap dat Lelystad een fijne plek is om te wonen en te werken.

Voor de mensen zelf lijkt er niet zo veel veranderd. De jeugd verveelt zich nog altijd. Vergeleken met de landelijke cijfers is er meer (jeugd)werkloosheid, komen er minder nieuwe banen bij, zijn er meer ouderen, meer migranten, meer scheidingen, meer mensen met schulden en meer mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Schrijver Joris van Casteren noemde de stad waarin hij opgroeide een ‘serum tegen de verbeelding’ en ‘een openlucht museum van de maakbaarheidsillusie.’ Ondanks alles, lijkt alles nog steeds op zichzelf.